Privacy-maturiteit wordt vaak verkeerd begrepen. Veel organisaties zien de AVG nog altijd als iets wat je “in orde brengt”: een privacyverklaring, een verwerkingsregister, een paar templates, en klaar. In werkelijkheid werkt het zo niet. Privacy is geen eindpunt, maar een groeiproces. Het gaat niet over één document of één audit, maar over hoe een organisatie dag na dag met persoonsgegevens omgaat. Echte privacy-maturiteit zit niet in papier, maar in gedrag.
In de beginfase is privacy meestal reactief. Ze komt pas ter sprake wanneer er een klacht is, een incident, of wanneer iemand plots beseft dat de AVG nog onvoldoende aan bod komt in de organisatie. Kennis zit bij één persoon, documentatie is beperkt en beslissingen worden genomen onder tijdsdruk. De focus ligt dan vooral op overleven: basisbewustzijn creëren, minimale compliance op orde brengen en duidelijk maken dat privacy geen puur IT- of juridisch verhaal is.
Na verloop van tijd ontstaat er meer structuur. Rollen worden duidelijker, er zijn templates en processen, en privacy wordt vaker meegenomen in projecten. Toch gebeurt dat nog niet altijd op het juiste moment. Privacy is aanwezig, maar nog geen vanzelfsprekendheid. In deze fase ligt de nadruk op standaardisatie, privacy by design en het meenemen van medewerkers, niet alleen door hen te informeren, maar door hen ook verantwoordelijkheid te geven.
Wanneer privacy echt geïntegreerd raakt in de werking, verandert het gesprek. Het gaat minder over regels en meer over risico’s en afwegingen. Privacy maakt deel uit van projectwerking, HR, IT en marketing. DPIA’s gebeuren op tijd en incidenten worden niet verstopt, maar gebruikt als leermoment. De business neemt ownership en privacy wordt iets wat men samen draagt. In de praktijk zien we dat organisaties vooral vooruitgang boeken wanneer privacy tastbaar wordt gemaakt in hun dagelijkse werking.
Voorbeelden van geïntegreerde privacywerking:
Ook het coachen van interne aanspreekpunten en DPO’s speelt daarbij een belangrijke rol: niet door alles over te nemen, maar door kennis en verantwoordelijkheid geleidelijk in de organisatie te verankeren. Op die manier groeit privacy stap voor stap uit van een specialistisch thema tot een gedeelde reflex.
In een volgende stap wordt privacy proactief. Organisaties kijken vooruit, sturen bij vóór het misloopt en evalueren regelmatig hun aanpak. Privacy wordt meegenomen in strategische beslissingen en gaat verder dan louter wettelijke verplichtingen. Het draait niet meer om “moeten”, maar om kwaliteit en vertrouwen.
Proactieve maturiteit betekent:
De hoogste vorm van privacy-maturiteit is een cultuur waarin privacy een reflex is. Medewerkers spreken elkaar aan, externe stakeholders voelen vertrouwen en innovatie gebeurt met respect voor data. De focus ligt niet langer op bouwen, maar op verfijnen.
Belangrijk om te beseffen is dat maturiteit zelden overal gelijk is. Een organisatie kan zeer volwassen werken in HR en tegelijk nog zoekende zijn in marketing. Dat is normaal. Privacy-maturiteit is geen rechte lijn, maar een continu proces van leren en bijsturen.
Een eenvoudige toets maakt dit onderscheid duidelijk:
Pas wanneer beide vragen volmondig “ja” krijgen, spreken we van een volwassen privacywerking.
Meer informatie over onze services?
Neem vrijblijvend contact met ons op.
Ondersteuning bij de implementatie en uitbouw van (privacy) compliance binnen uw organisatie.